woensdag 9 februari 2011

Verhaal, Proloog deel 2.

Maar een ding weet ik wel, ik krijg dit gebeuren nooit meer uit mijn hoofd. Ik zie steeds zijn gezicht voor me toen hij die beroemde zin voor het eerst tegen mij zij. “ Jij bent mijn elixer, Alexis..”
Dat moment speelt zich steeds voor mijn ogen af, hoe hard ik ook probeer om het niet te zien. Als een soort vloek is het eigenlijk, ik kan helemaal niks doen zonder dat ik aan hem denk. En ik denk veel aan hem, zo veel dat het soms lijkt alsof hij echt bij me is. Dan praat ik tegen hem, en dan vergeef ik hem. De momenten die na zo’n hallucinatie komen zijn misschien nog het ergste van allemaal, want dan is het verlangen, de verleiding, om hem te bellen groot. Zo groot dat ik me er nog net van kan weerhouden. Want hoewel Emily blijft zeggen dat het beter zou zijn als ik weer contact met hem op zou nemen, weet ik dat ik zoiets niet moet doen. Nu heb ik namelijk nog een klein beetje van eigenwaarde over, oké het is minder dan het vroeger is geweest. Toch is het tenminste iets, want als je nog een klein beetje zelfvertrouwen over hebt – hoe weinig het ook is- dan is het makkelijker om dit alles te dragen. En het is moeilijk, vooral als je nergens meer zin in hebt. Vroeger was ik namelijk een fanatieke hockeyer, maar daar ben ik een poosje terug ook mee gestopt. Het lukte niet meer, ik kon me niet concentreren op de sport en ik bezorgde het team dus veel nederlagen. Natuurlijk deed het zeer om te stoppen met dat gene wat ik het liefste deed, maar het was niks vergeleken met de pijn die ik voelde toen Blake me aan de weg zette. Tegenwoordig maakt het me namleijk niks meer uit wat ik doe: sinds hij uit mijn leven is verdwenen vind ik alles saai, vervelend en kan niks me meer interesseren. Simpel weg omdat hij er niet bij is. Natuurijk laat ik me soms over halen om iets leuks te doen, en ik lig ook heus niet hele dagen te kniezen, mocht je dat soms denekn. Maar het is alsof de glans overal vanaf gehaald is, alsof het leven een kerstboom zonder kerstballen is, een taart zonder slagroom en een winkel zonder kassa’s. Deze laatste vergelijking is waarschijnlijk nog het meeste van toepassing. Ik heb namelijk alles wat ik nodig heb voor een succesvol leven, maar omdat het eindpunt ( de kassa; Blake) ontbreekt kan ik niet afrekenen, en dus niet door naar de volgende winkel ( hoofdstuk in mijn leven), vol met andere, nieuwe kleren ( ervaringen). Ik blijf dus als het ware hangen, ik kan niet verder omdat ik hem niet wil loslaten. Natuurlijk ben ik niet dom, en weet ik heus wel dat ik hem achter me moet laten en hem moet vergeten zoals hij bij mij heeft gedaan. Maar dit is niet mogelijk, ik ben namelijk niet iemand emt het karakter om iemand ooit helemaal te kunnen vergeten. Natuurlijk heb ik het geprobeerd, en er zijn ook heus wel momenten waarop ik het gevoel heb dat hij er niet meer toe doet, dat ik ook zonder hem perfect kan zijn. Maar, meestal is dit echter niet het geval en blijft hij op de achtergrond sluimeren, overal aanwezig en alles beïnvloedend. Waarschijnlijk komt dit sluimeren en aanwezig zijn door het feit dat ik nog zo veel om hem geef, en ergens diep van binnen nog van hem hou…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen